Zaaien en stekjes plaatsen van bloemen in volle grond in najaar

Veel mensen denken bij zaaien en stekjes vooral aan het voorjaar. De zon komt weer regelmatig te voorschijn en men krijgt zin om in de tuin bezig te zijn.

Toch is september of oktober ook een heel goede maand om veel planten te zaaien in de volle grond of de stekjes die je tussen mei en juli opgekweekt hebt (in potjes of zaaibed) in de tuin te plaatsen.

Als je vaste planten wilt vermeerderen, kun je een heel aantal van hen ook delen of scheuren. Ze kunnen dan nog in oktober of zelfs november (behalve bij vorst) in de volle grond gezet worden. 

Als je er met stekjes planten en zaaien in de volle grond maar rekening mee houdt om wat voor type plant het gaat: een eenjarige met voldoende winterhardheid, een tweejarige of een vaste plant. 

Een aantal algemene richtlijnen vind je hierna. Kijk ook altijd op de verpakking van zaden voor extra informatie. 

Vaste planten en tweejarigen

Vaste planten kun je van maart t/m september zaaien in de volle grond, en tweejarigen van augustus-september.

Je kunt zowel vaste planten als tweejarigen  ook van mei-juli voorzaaien op een zaaibed of in potjes en deze stekjes in september (voor de 21ste, de 1e herfstdag) in de volle grond op hun plek zetten. Deze planten vormen het 1e jaar een plantje met een sterk wortelstelsel en bloeien in het volgende jaar, meestal vroeg in het voorjaar al.

Voorbeelden vaste planten: adderwortel, andoorn, artisjok, blauwe strobloem, daglelie, dropplant, duifkruid (scabiosa), duizendblad, ereprijs, etagebloem (phlomis), gulden sleutelbloem, heemst, hemelsleutel, hyssop, ijzerhard, knautia (beemdkroon),  kogeldistel, kokardebloem, koningskaars, longkruid, margriet (leucanthemum), monarda, pimpernel, phlomis (etagebloem), phlox (vlambloem), pioenroos, roos, rudbeckia, schildpadbloem (penstemon), silene martina (lijmkruid), sint janskruid, slangenlook (allium soort), steenanjer,   zonnehoed, zonnekruid (helenium). 

Voorbeelden van tweejarigen: anjer, campanula, damastbloem, duizendschoon, grote engelwortel, judaspenning, kruipend gipskruid, meisjesogen, nigella,  prikneus, ratelbloem, stokroos, teunisbloem, trosanjer, vergeet-mij-niet, viooltje, walstro. 

 

Eenjarigen heb je in 3 soorten 

Bij eenjarigen ligt het wat ingewikkelder: het hangt ervan af hoe goed ze tegen vorst en kou kunnen.

Er zijn winterharde eenjarigen, de zaden ervan kunnen tegen de vorst en de plantjes ook als de vorst niet te streng is en de plantjes een beetje beschut in de volle grond staan, bijvoorbeeld op een zaaibed. In potten overleven ze niet. De winterharde eenjarigen kun je tot in september zaaien.

Voorbeelden van winterharde eenjarigen zijn: goudsbloem, groot kaasjeskruid, korenbloem, leeuwenbek en slaapmutsje

De half-winterharde of niet-winterharde eenjarigen kunnen niet tegen vorst, ook de zaden niet; deze kun je pas na half mei, als de grond goed opgewarmd is, in de volle grond zaaien. In het algemeen bloeien ze later dan vaste en tweejarige planten.

Voorbeelden half-winterharde eenjarigen: blauwe kantbloem, chinese aster, cosmea en oost-indische kers

Voorbeelden niet-winterharde eenjarigen: amarant, begonia, dahlia, kattensnor, zinnia en zonnebloem.