Houtstekken maken in december

Een leuke klus in de wintertijd van de tuin is het maken van houtstekken en het levert je gratis nieuwe planten op.

Houtstekken neem je van volwassen, verharde stengels van heesters. Je kunt ze gewoon buiten in de volle grond laten wortelen. Dit wortelen gaat langzaam in de wintertijd omdat de stekken in rust zijn gedurende de winter. (In potten kan ook, maar dan moet je meer letten op risico van uitdrogen en bevriezen).

Houtstekken kun je maken van bladverliezende heesters, sommige groenblijvende planten, diverse klimplanten en fruitheesters. Voorbeelden: forsythia, hulst, kamperfoelie, jasmijn, klimhortensia, druiven, abelia, vlinderstruik, rode, witte en zwarte bessen, vijg en kruisbes.

Voor het nemen van houtstekken kies je potlood dikke, stevige stengels. Knip met een snoeischaar een stek van 25-30 cm recht af, onderaan een knop en bovenaan een knop. Verwijder blad, zijscheuten of zachte topgroei.

Maak een smalle geul in een v-vorm met een schop, één steek diep. De grond moet vochtig zijn (deze valt daardoor niet terug). Strooi zand op de bodem voor een betere afwatering. Zet de stekken dan 1 voor 1 in de geul, op 15 cm afstand van elkaar. Let erop dat de goede kant boven is. Zet ze met 2/3 van hun lengte onder de grond. Druk de aarde stevig aan en zet er labels bij.

Ze hebben niet veel verzorging nodig: als de grond uitdroogt water geven (met name in lente en zomer) en onkruid eromheen weghalen. Na vorst de grond rond de stekken weer wat aandrukken omdat ze anders uit kunnen drogen.

De groei begint in het voorjaar, dan begint de stek te wortelen en in het najaar zijn de stekken goed geworteld. Als je in de zomer uitlopers ziet dan is de stek aangeslagen. Ze kunnen in het najaar uitgegraven worden en op hun definitieve plek gezet worden. Het is een goed idee om ze dan voor de helft bij te knippen om de zijwaartse groei te bevorderen.

Bron: Gardeners’ World – editie november/december 2019 

Japanse Wijnbes – een fruitstruik met veel voordelen voor een eetbare siertuin

De Japanse Wijnbes (Rubus phoenicolasius) is verwant aan de braam. Dit blijkt uit de groeiwijze, met lange uitlopers die wel 3 meter kunnen worden. Deze takken moeten opgebonden worden langs een hekwerkje of draden. Het is een vaste, winterharde struik waarvan jaarlijks de oude takken die vrucht gedragen hebben gesnoeid moeten worden. Het wordt een grote struik.

De vruchten zijn niet vaak in winkels te koop maar zijn zeer de moeite waard. Als ze donkerrood en rijp zijn dan smaken ze heerlijk friszuur (lijkt wel wat op de smaak van rode bes, net als de kleur). Qua vorm lijken ze op de braam. Omdat de oogst gespreid is, kun je niet veel besjes tegelijk oogsten, maar in kleine porties. Je hebt dan wel lang achter elkaar iets te oogsten.

Als je er de plek voor hebt, staat de struik ook mooi in de tuin. In de Hooghe Camp tuin hebben wij de Japanse Wijnbes bijvoorbeeld bij een pergola staan en leiden we de lange takken met draad. Dan ontstaat een luchtig geheel van takken die eerst bloesem geven en later de prachtige bessen. De takken zijn wel voorzien van gemene kleine doorns. Dat is waarschijnlijk de reden dat vogels deze struik met rust laten waardoor je veel zelf kunt oogsten en je geen netten nodig hebt om over de plant te doen als de bessen gaan rijpen.

De plant staat graag zonnig.

Oogsttijd: juli – augustus. Tip: pluk geen oranje vruchten maar wacht tot ze mooi donkerrood zijn, Dan zijn ze het zoetst.

 

 

WEETJES over de Bosaardbei

Weetjes over de Bosaardbei:

  • de bosaardbei is een inheemse plant
  • de bosaardbei heeft witte bloemen en intens zoete vruchtjes.
  • de schijnaardbei heeft gele bloemen met smakeloze vruchtjes
  • is rijk aan vitamine C
  • is rijk aan ijzer en kalium
  • lekker om toe te voegen aan tisane of water
  • de bladeren zijn lekker voor een kruidenthee
  • de vruchtjes ook
  • vruchten & bladeren zijn vers en gedroogd lekker
  • bosaardbei blad combineert goed met munt voor thee
  • andere goede combinaties: basilicum – salie ‘hot lips’- rabarber – roos

bosaardbei-IMG_4034

Overblijvende, inheemse plant. De plant heeft witte bloemen en de kleine vruchten hebben een sterke zoet smaak. De plant geeft een zoete geur af. (Niet te verwarren met de schijn-bosaardbei die gele bloemen heeft en waarvan de vruchten smakeloos zijn).

  • Standplaats: humusrijke grond, zonnige tot schaduwrijke plek
  • Hoogte: bodembedekker
  • Bloeitijd: april-oktober
  • Vruchten: van juni tot september, plukken als ze helemaal rood zijn
  • Vermeerdering: vormt bovengrondse uitlopers, die bij de knopen nieuwe planten vormen

De plant vermeerdert zichzelf vrij makkelijk en is een goede bodembedekker. Zowel in bloei als met de aardbeitjes die boven het blad uitkomen een leuk gezicht.

Eetbaar:

Kunnen op dezelfde manier gebruikt worden als de aardbei. Hoog ijzer- en kaliumgehalte. Rijk aan vitamine C.

Ook leuk om toe te voegen aan tisane of water.  De bladeren (vers of gedroogd) kun je gebruiken voor een heerlijke kruidenthee waar je vruchten aan toe kunt voegen. Snijd de vruchten doormidden zodat de smaak vrijkomt. Gedroogd wordt de smaak van de vruchten nog intenser. Ook lekker voor kinderen. De smaak van het blad is lekker bij munt. Andere goede combinaties: met basilicum, salie (Salvia ‘hot lips’), rabarber en roos.

~ Clarie