Citroenmelisse – een heel gewoon kruid

Citroenmelisse (Melissa officinalis) is zo gewoon in de eetbare siertuin dat je haar bijna over het hoofd ziet. Ook al zie je haar al snel op meerdere plekken in de tuin 🙂 – ze weet zich via wortelstokken ondergronds te verspreiden. (Om die reden kan het een idee zijn om de plant in een pot te zetten). En dan nog zie je haar over het hoofd – ze heeft gewoon groen blad, niets spectaculairs en staat gewoon mooi groen te zijn. En als ze bloeit zijn de witte, gelige of rozige bloemetjes piepklein. De bloemetjes zijn eetbaar. Er is ook een goudbonte variant van de plant, Melissa officinalis aurea, die valt meer op.

Citroenmelisse is dan misschien geen ‘eye catcher’ in de tuin, ze is wel veelzijdig.  Zo is deze vaste, winterharde plant zoetgeurend en als de blaadjes gekneusd worden dan komt er een sterke citroengeur vrij.

De bloemen van cirtroenmelisse zijn heel aantrekkelijk voor bijen omdat ze veel nectar bevatten – imkers plaatsen de plant wel bij bijenkorven omdat het de honingbijen bij de korf houdt. Ze maken er bijzonder goede honing van.

Citroenmelisse is een oude bekende in de kruidentuin wereld. Al eeuwenlang wordt de plant voor medicinale en culinaire doeleinden gebruikt. De plant is door de Romeinen geïntroduceerd in West-Europa en is er gebleven. De plant was vaak te vinden in kloostertuinen.

Medicinale toepassingen:

  • heeft krampstillende, verzachtende en kalmerende eigenschappen en wordt daarom gebruikt voor kruidenthee die helpt te ontspannen en in slaap te vallen;
  •  geschikt om de concentratie te verbeteren en stress te verminderen;
  • heeft een gunstige werking op het spijsverteringsstelsel en onderdrukt allergische reacties;
  • heeft een opwekkende, verwarmende werking.

Cosmetische toepassingen:

  • wordt gebruikt bij het maken van parfum en toiletwater.

Culinaire toepassingen:

  • in onder andere vis- en kipgerechten, op smaak brengen van jam, desserts, zomerse dranken,  sausen, kruidenboters, of groente- of vruchtensalade (verse blaadjes geven er een frisse en sterke citroensmaak aan).  Ook lekker in combinatie met courgette, doperwten en komkommer. En past overal waar je een citroensmaakje aan toe wilt voegen.
    Citroenmelisse combineert heel goed met pepermunt.

    • Citroenmelissethee
      Snipper 1 theelepel vers citroenmelisse blad en 1 theelepel vers pepermunt blad. (Van gedroogd blad heb je maar de helft nodig).  Wil je de thee wat pittiger maken, voeg dan een theelepel rozemarijn toe. Doe dit in een kop heet (niet kokend) water en laat een paar minuten trekken. Goed voor een maag die van streek is en helpt om in slaap te komen.Een zachte smaakcombinatie: citroenmelisse met kamille en ananassalie.

Vermeerderen

Je kunt citroenmelisse vermeerderen door te zaaien, te scheuren of te stekken. Wat scheuren betreft: de plant vormt een dicht netwerk van wortels en kan daarom niet zo makkelijk gescheurd worden. De plant kan het beste gesplitst worden met een schop. Geef de plant wat ruimte als je deze in de tuin zet. Beste tijd om in de tuin te zetten: het voorjaar. Verder is het een heel makkelijke plant die aan een beetje zon al genoeg heeft.

Oogsten

Je kunt 2 of 3 keer oogsten in de zomer van het blad. Je kunt het beste de jonge bladeren van niet bloeiende stengels plukken, deze smaken het sterkst. Het blad is vers en gedroogd te gebruiken, al is vers het lekkerst. Knip vlak boven een zijscheutje. Je kunt vanaf begin mei oogsten tot juli. Daarna komt de plant in bloei en neemt het gehalte aan etherische olie af van stengels die in bloei staan en wordt de smaak flauwer.

Weetjes

  • Bij de 1e oogst zijn de blaadjes het grootst – bij iedere volgende oogst worden ze kleiner. Daarom is de 1e oogst het beste voor het drogen van het blad.
  • Melissa is de Griekse naam voor ‘bij’.
  • Knip uitgebloeide stengels terug als je de vorming van jonge scheuten wilt bevorderen – dan kun je blijven oogsten tot het najaar.
  • Knip in het vroege voorjaar alle dode stengels af.
  • Mooie combinaties in de tuin met citroenmelisse: afrikaantjes, marjolein en munt.
  • Voeg bij een culinaire toepassing citroenmelisse pas op het laatste moment toe, en wacht zo lang mogelijk met wassen en snijden. De kleur wordt anders snel minder mooi.
  • De latijnse toevoeging ‘officinalis’ verraadt dat de plant al vroeg tot de geneeskrachtige planten gerekend werd.
  • Bij het maken van een verhoogde kruidenspiraal, met stenen die warmte kunnen vasthouden, plaats je de kruiden in een volgorde die gunstig is voor de planten. De mediterrane kruiden tijm, rozemarijn en oregano plaats je bovenaan – het zonnigst en droogst. Kruiden die meer vocht kunnen hebben komen daaronder: bieslook, peterselie, basilicum en koriander. Aan de schaduwzijde van de spiraal kun je goed citroenmelisse en munt plaatsen.
  • Citroenmelisse kun je ook binnenshuis goed houden.

Literatuur

100 geneeskruiden, Melli Uyldert – p19

Elseviers groot kruidenboek, Wina Born – p87+88

Eten uit de volkstuin, Marleen van Es – p136

Koken met kruiden & bloemen, Pip McCormac, p14

Kruiden – zelf kweken, zoeken en gebruiken, Roger Philips & Nicky Foy – p133

Thee Tuin – zelf theeplanten kweken, oogsten en mengen, Modeste Herwig – p38+39

Zelfgemaakte bereidingen met geneeskrachtige kruiden, Anne McIntyre – p115 en bij heel aantal recepten

~ Clarie

 

Kruidenzout maken voordat de kruiden verdwijnen in de winter

In Trouw verscheen 28 september 2019 een leuk artikel over het zelf maken van kruidenzout als smaakmaker.

Bijvoorbeeld het volgende recept: 

Benodigdheden:

  • 200 gram grof zeezout
  • 10 gram verse groene kruiden zoals bieslook, (citroen)tijm, (franse) dragon, laurier, majoraan, peterselie, rozemarijn en salie.
    (Andere mogelijkheden: maggiplant, selderij, mierikswortel, basilicum, citroenverbena, knoflookbieslook, geraspte citroenschil).

Werkwijze:

  • was de kruiden en dep ze droog met keukenpapier
  • verwijder taaie stelen
  • doe de kruiden in een glazen pot en vul af met het zeezout
  • doe de deksel erop en zet 2 weken weg
  • maal alles fijn in een keukenmachine en doe over in kleine potjes.

Lees het hele artikel

Rozemarijn – topkruid voor in een eetbare siertuin

Rozemarijn (Rosmarinus officinales) is een van die kruiden die de meeste mensen wel kennen. Het is een veel gebruikt keukenkruid met een aromatische, specifieke geur en smaak. Het hoort bijvoorbeeld bij de traditionele franse provençaalse kruiden. In de tuin is het een mooie, vaste struik waar je jarenlang plezier van kunt hebben. In bloei is het een goede bijenplant.

Toepassingen van rozemarijn:

  • in de tuin staat de plant mooi als solitair
  • je kunt er ook haagjes van maken omdat rozemarijn zich goed laat snoeien
  • je kunt er thee (eigenlijk tisane) van zetten, eventueel aangevuld met andere kruiden
  • je kunt er rozemarijn olie, siroop, azijn of zout van maken
  • het past goed in een potpouri
  • in een stoombadje helpt het bij een verstopte neus
  • muggen houden niet van de geur, deze jaag je ermee weg
  • het is te gebruiken bij wijze van wierook
  • als je het in de hete as op de barbeque legt komt de heerlijke geur vrij

 

Geelgroene Vrouwenmantel – een sieraad in de eetbare tuin

vrouwenmantel-verkleind
Vrouwenmantel in bloei

Geelgroene Vrouwenmantel (Alchemilla xanthochlora) is een overblijvend kruid. De plant kan to 45 cm hoog worden. De plant vormt pollen.

Winterharde, bladverliezende bodembedekker.  Inheems, staat op de rode lijst te boek als ‘gevoelig’.

Vrouwenmantel houdt van halfschaduw en niet te droge grond maar kan zich ook makkelijk aanpassen. De plant doet het de hele zomer goed. De bladeren zijn bijzonder geplooid en gevormd. Ook mooi is, is dat er waterdruppels op blijven staan na een regenbui. De trossen heel kleine, kantachtige geelgroene bloemetjes zijn eetbaar. Ze worden ook wel in boeketten en bloemstukken. Jonge blaadjes kunnen in een salade gebruikt worden. de smaak is iets bitter. Bijvoorbeeld in een  bloemensalade uit “Bloemen met smaak” van Anna Koster.

  • Standplaats: zon, halfschaduw. Vochtvasthoudende grond.
  • Hoogte: 30 – 50 cm
  • Bloeitijd: mei-augustus
  • Vermeerdering: delen door scheuren is het makkelijkst. Zaait zichzelf uit.

Vrouwenmantel wordt al sinds oudsher al geneeskrachtig beschouwd, onder ander bij menstruatieproblemen, als hartversterker en als licht kalmeringsmiddel. Vrouwenmantel past dan ook in een medicinale tuin.

De bladeren kunnen in het midden van de zomer worden verzameld (tijdens de bloei van de plant) en gedroogd worden om er thee van te zetten. Om thee te maken heb je 45 gram gedroogde vrouwenmantel nodig en 0,5 liter kokend water. Dit tien minuten laten trekken. Zeef het en voeg eventueel zoet toe. Drink een tot twee koppen per dag.  Het wordt ook wel als gorgeldrank gebruikt omdat het ontstekingsremmend werkt.

Na de langste dag (21 juni) kan de plant als deze flets geworden is eventueel goed gesnoeid worden om weer op te frissen. Knip de plant af tot 5 cm boven de grond – dus al het blad en de bloemen eraf. Na een paar weken komt de plant terug en bloeit opnieuw.

De plant kan gekweekt worden door kleine plantjes te kopen, te delen of door te zaaien (lastiger om goed resultaat mee te krijgen) in lente of herfst.

Vrouwenmantel is te bewonderen in onze beide tuinen: de Historische Kruidentuin en de Hooghe Camp tuin.

Bronnen:

  • Bloemen met smaak, 50 eetbare bloemen & 25 verrassende recepten – Anna Koster
  • Kruiden zelf kweken, zoeken en gebruiken, naslagwerk – Roger Phillips & Nicky Foy
  • Kruidenbijbel, zelf kruiden kweken en toepassen – Caroline Foley e.a.
  • Minibijbel kruiden kweken – een handboek, Jessica Houdret

Plant van de dag – Bieslook

bieslook in bloei
 

Bieslook in bloei

 

Veelgebruikt keukenkruid

Het is een plantje dat vrijwel iedereen kent – bieslook (Allium schoenoprasum). Het is een gewild keukenkruid dat een verfrissende touch geeft aan een salade of bloemenkruidenboter.  Ook de bloemen zijn eetbaar.  Bieslook is verwant aan de ui. Bieslook is een winterharde plant die inheems is in ons land die ca. 20 cm hoog wordt. Als je de plant in de winter af laat sterven, dan komt deze in het voorjaar weer op; het wordt ook wel een lentekruid genoemd., net als kervel en zuring. Daarnaast is het ook een zomerkruid. De smaak is zachter en verfijnder dan die van de ui. In Frankrijk valt bieslook onder de ‘fine herbs’, samen met kervel, peterselie en dragon. Meestal wordt bieslook rauw gebruikt, fijn gehakt. Bijvoorbeeld in soepen, salades, nieuwe aardappels, eiergerechten, bepaalde visgerechten en zachte kazen. Het geeft een vleugje uiensmaak. Door de heldergroene kleur is het een leuk kruid om mee te garneren. Ook de eetbare bloemen zijn mooi als garnering.

Groei en vermeerdering

Bieslook groeit in pollen en heeft holle stengels. Het lijkt wat gras- of rietachtig. De bloemetjes zijn bolvormig en paars. De plant kan vermeerderd worden door zaaien of scheuren halverwege april. Scheuren, ofwel worteldeling, is een goede mogelijkheid om planten met vezelachtige wortels zoals bieslook te vermeerderen. Graag daarvoor de plant op en verdeel haar in kleinere delen. Je kunt de delen met je handen uit elkaar trekken. Snij dan wat van de bovenkant van de de plant af en zet elk bosje in een pot of in de volle grond (met 15 cm ruimte ertussen). Als je de nieuwe plantjes goed vochtig houdt dan zullen ze snel groeien.

Kruid met een lange geschiedenis

Bieslook wordt al sinds de Oudheid gebruikt en sinds de 16e eeuw gekweekt. Eetbaar IJsselstein heeft bieslook in de Historische Kruidentuin en in de Groente- en beleeftuin De Hooghe Camp staan.  Het is een gezond kruid dat vitamine C en ijzer bevat. Eet er bijvoorbeeld een paar sprietjes van per dag. Het is natuurlijk het beste om biologische zaden of planten aan te schaffen.

Voordelen van bieslook in de tuin

De bloemen van bieslook hebben een decoratieve waarde en staan bijvoorbeeld leuk langs randen.

Bieslook is een goede gezelschapsplant voor rozen – stoffen die bieslook afscheidt maken rozen minder vatbaar voor sterroetdauw en meeldauw. Daarnaast verjaagt hun geur (net als die van knoflook) bladluis. Ook schijnt bieslook mollen af te schrikken.

Bieslook is een goede buurplant voor wortelen en tomaten.

Bieslook is een goede plant voor bijen, vlinders en hommels als de plant in bloei is.

Kweken

Zaaien: late lente of late zomer.

Bloeitijd: van juni tot juli met paarse, eetbare bloemetjes die een bol vormen.

Oogsten blad: van maart tot november – pluk zo dicht mogelijk bij de grond.

Bewaren: in het vriesvak in een luchtdicht afgesloten glazen bakje.

Kan in de volle grond gekweekt worden maar doet het ook heel goed in potten. Water geven is nodig bij droog weer; in de zomer elke dag. Het geven van voeding helpt de plant ook. Heeft een voorkeur voor een plek in de halfschaduw, maar kan wel in de volle zon staan. Een prima toevoeging aan een kruidentuin(tje) of keukentuin.  Ook leuk als pot op een vensterbank in de keuken (liefst op het zuiden).

Verwante soorten

  • Allium senescens montanum (wat hoger en dikker)
  • Daslook (Allium ursinum)
  • Look-zonder-look (Alliaria petiolata)
  • Knoflook (Allium sativum)
  • Ui (Allium cepa)
  • Chinese bieslook (ofwel knoflook-bieslook) (Allium tuberosum)

 


Bronnen:

  • Combinatieteelt, Bob Flowerdew
  • De nieuwe Kruidenbijbel, zelf kruiden kweken en toepassen, Caroline Foley, Jill Nice en Marcus A. Webb
  • Groenten en kruiden kweken – van A tot Z, Michel Caron
  • Het nieuwe stadstuinieren, Celia Brooks Brown
  • KRUIDEN zelf kweken, zoeken en gebruiken (Spectrum Natuurgids), Roger Phillips & Nicky Foy
  • Minibijbel Kruiden kweken – een compleet en praktisch handboek voor het succesvol kweken van kruiden, Jessica Houdret

Voorzaaien in februari: Knoflook Bieslook

 

Afgelopen dagen is het ongewoon lente-weer in februari, maar een aantal gewassen kun je in februari al (voor)zaaien, ook al is het kouder. Bijvoorbeeld veel allium (uien) soorten. Een leuke plant die wij al vanaf het begin in de Hooghe Camp tuin hebben staan is Knoflook Bieslook (Allium tuberosum), ook wel Chinese Bieslook genoemd. Het blad lijkt niet op dat van bieslook – deze plant heeft platte blaadjes. De bloemetjes vormen een witte bol. Zowel het blad als de bloem is eetbaar en smaakt zacht naar knoflook, vandaar de naam. Het voordeel is dat je adem er niet van gaat ruiken, zoals bij echte knoflook.

De plan blijft vrij klein, zo 25-30 cm hoog en ook niet erg breed, en past daardoor ook heel goed in potten. Een beschutte, zonnige plek die niet te nat wordt is het beste.

De bloeitijd is van juni tot september.  Na de bloei kun je zaad winnen.

De plant bevat veel vitamine C en werkt ontsmettend, anti-biotische en slijmoplossend. Het blad en de bloemetjes zijn heerlijk in een salade. De bloemen staan ook mooi in een boeket.

Lees meer over Knoflook Bieslook

Lees meer over zaaien in februari

Stekjes en/of zaden zijn te koop tijdens Stekjesmarkten, zie de Agenda

 

 

 

 

Knoflook-bieslook

In de Hooghe Camp hebben we in maart 2016 een knoflook-bieslook plantje gezet (in de kruidenspiraal) en dat is een echte aanwinst gebleken.

knoflook-bieslook-img_0090
Knoflook-bieslook in bloei

In het begin ziet het plantje er niet erg spectaculair uit: het lijkt nog het meeste op een grote pol brede grassprieten. Tijdens de bloei wordt het plantje echt mooi: aan lange stengels verschijnen bolletjes die uit heel veel kleine witte bloemetjes bestaan.

In september-oktober gaat de plant zaad vormen en kan er zaad geoogst worden, of je laat de plant zichzelf uitzaaien. De zaad vorming begint aan de buitenranden van het bloemhoofd en gaat stap voor stap gedurende weken.

Knoflook-bieslook staat in de Groente- en beleeftuin bij De Hooghe Camp service-appartementen. Hier staat de plant in bloei – uit de pol brede ‘gras’blaadjes komen hoge stengels met bloemhoofdjes. Een bloemhoofdje bestaat uit heel veel kleine bloemetjes die eetbaar (en lekker!) zijn. Ze smaken naar knoflook met een zoet puntje. Het blad smaakt ook naar knoflook. Deze plant is een aanwinst voor elke Eetbare Siertuin. Kan ook goed in een pot gekweekt worden.

Het is een decoratieve, vaste plant in de tuin die zich een heel klein beetje verspreid. De pol zelf wordt langzaam wat groter. De plant is dus handig in kleine tuinen.

Zaaien en opkweken

Zaaien: Knoflook-bieslook kan voor gezaaid worden vanaf februari of in de volle grond gezaaid worden van april – augustus. Zaai 2-3 zaden op 10 cm afstand van elkaar.

De plant wordt 20-50 cm hoog. Pas laat in de zomer komt de bloei.

Eetbaar

De brede, lange blaadjes zijn wel heel lekker. Je kunt ze rauw eten en ze smaken dan duidelijk naar knoflook. Lekker om door een salade te snipperen. De bloemetjes zijn heerlijk: ze smaken naar knoflook, met een puntje zoet (de honing). Al zijn ze maar klein, ze zien er heel leuk uit over een salade of op een toastje kruidenkaas of iets dergelijks.

~ Clarie

 

Heb je lavendel in je tuin? Maak er iets moois van!

lavendel-03Lavendel is natuurlijk bekend om haar heerlijke en kalmerende geur. Al heel lang worden er kruidenbuiltjes, kruidenkussentjes en potpouri’s mee gemaakt. In de volgende video van Facebook wordt lavendel op een creatieve manier gebruikt. Het is niet in het Nederlands, maar de aanwijzingen zijn zo duidelijk, dat dat niet uitmaakt.

 

Nog meer ideetjes:

Top 10 kruiden van 2015

  1. CITROENVERBENA – omdat het DE geur van de kruidentuin is en ze zo lekker in de thee
  2. OOST-INDISCHE KERS – omdat ze ook dit jaar weer heel fotogeniek gebleken is en zelfs op taarten verscheen en vrolijk overal opkomt waar ze zin in heeft
  3. STOKROOS – omdat ze ons dit jaar verrast heeft met haar diepe paars-zwarte kleur
  4. BOERENWORMKRUID – omdat ze zo bijzonder ruikt en haar bloemtrossen zo leuk en lang staan in boeketten
  5. BRONZEN VENKEL – omdat ze dit jaar zo hoog en mooi werd en verraste met mooie bloei en vervolgens ook nog heerlijk ruikende en smakende zaden
  6. TEUNISBLOEM – omdat ze zelfs in oktober nog doorbloeide met haar bijna neon-gele bloemen die tegen de avondschemering openen
  7. RODE TUINMELDE – omdat ze vaak de aandacht trok van bezoekers en hen ‘wat is dat?’ ontlokte en er graag libelles op plaatsnemen
  8. KERRIEKRUID – vanwege de geweldige kerrie-geur, de mooie zilvergrijze takken en lieflijke bloemetjes
  9. IJZERHARD – omdat ze, rank als ze is, overal tussen past en heeel veeel vlinders aantrekt, zoals de gehakkelde aurelia
  10. KONINGSTOORTS – omdat ze her en der ineens haar rozetten laat opkomen wat een goed toortsenjaar voorspelt voor 2016

Top Tien.jpg

Tuinzaken – Citroenverbena

Citroen Verbena (Lippia triphyllia | Aloysia triphylla | Lippia citriodora) is een heerlijk, sterk aromatisch kruid – verfijnd citroenachtig en fris. Op dit moment is het de fijnste geur in de kruidentuin. De geur is in de vroege avonduren het sterkst.

De bladvorming is ook prachtig en subtiel. Klein gepland in het voorjaar is het nu een plant van zo’n halve meter hoog, het is een kleine heester. Helaas is de Citroenverbena bladverliezend en niet erg winterhard (tot 4 graden). De plant moet er dus uitgehaald worden om te laten overwinteren in een pot die je binnen zet. Vorig jaar is dat niet gelukt waardoor we in het voorjaar een nieuwe plant moesten kopen.

Later in het jaar wil ik de moederplant uitgraven en in een pot in huis zetten om te kijken of ik haar kan laten overwinteren. Een andere optie is om de wortels te beschermen met houtsnippers of bladaarde.

Achtergrondinformatie

Oorspronkelijk komt de plant uit Chili en Peru. De bladeren staan in groepjes van 3. De plant kan 175 cm hoog worden volgens kruidenboeken, maar dat is vooral in een warmer klimaat. De decoratieve plant kan in juli/augustus bloeien met kleine, delicate licht-lavendelblauwe bloemen.

Citroenverbena groeit zowel op rijke als op arme grond. Een warm, vochtig klimaat bevalt de plant het beste. De plant heeft steunstokken nodig bij het groter worden. De houtachtige stelen hebben veel vertakkingen waardoor de plant er struikachtig uit ziet.

De struik snoeien in de lente om de plant in te perken en dood hout te verwijderen.

Als je Citroenverbena in een pot zet, kies dan een grote pot.

Gedroogde bladeren kunnen jarenlang goed blijven. Pluk de bladeren en bloemen net voor de bloei en droog ze op een droge, warme, schaduwrijke plaats.

Kweken

citroenverbena-img_4047Uit zaad of uit zachte stekken die je in juli knipt en beschut op laat groeien in zandgrond. In het voorjaar groeien de stekjes snel weer uit tot een grote plant.

Een goede combinatie in de tuin is met dropplant, marjolein en afrikaantjes.

Oogsten

Je kunt citroenverbena de hele zomer door oogsten, tot in de herfst. Je kunt citroenverbena goed drogen, maar de verse blaadjes zijn natuurlijk het lekkerst.

Culinair

In Spanje en Frankrijk is het blad populair om er een verfrissende thee van te zetten. (door 30 gr (gedroogde) bladeren of bloeiende toppen te overgieten met 0,5 liter kokend water en te laten trekken). Voor een groot glas thee kun je ook 2 takjes van ca. 15 cm. gebruiken of 2 theelepels fijngemaakt blad of 1 theelepel gedroogd blad.

De bloemen doen het goed in salades.

De sterke maar verfijnde citrusgeur wordt gebruikt in vullingen van vlees-, gevogelte- en visschotels, in vissauzen, vruchtensalades, frisdrank en snoepjes. In Indische gerechten kan Citroenverbena Citroengras vervangen.

Thee ofwel tisane

De thee is goed voor de spijvertering en werkt opwekkend, er zitten veel antooxidanten in. Het wordt dan ook vaak na het diner gedronken. Een tisane van citroenverbena verfrist je, kalmeert en geeft energie. In Frankrijk wordt Citroenverbene ‘Verveine’ genoemd. In Frankrijk wordt het ook gebruikt om bronwater te aromatiseren.

Uit ‘Thee Tuin’ van Modeste Herwig:

De frisse citroensmaak combineert verrassend met munt, kamille en hysop, zeker ook in een ijsthee. Heerlijk om zwarte thee mee te aromatiseren. Thee van planten met een minder uitgesproken smaak, zoals brandnetel, maak je smaakvol door verveine toe te voegen.