Voorzaaien planten in februari en maart

Als het buiten nog aan de koude kant is, is het een goed idee om alvast te beginnen met voorzaaien van sommige planten, zodat je in maart/april al zaailingen hebt om in de volle grond te zetten.

Op de Eetbaar IJsselstein bijeenkomst van 27 januari 2014 hebben de deelnemers een zaaikistje en zaad van diverse kruiden meegenomen om thuis voor te zaaien. Hopelijk krijgen we op deze manier ook planten voor in de Historische Kruidentuin die op 30 maart 2014 opent.

Maria heeft de eerste foto’s ingestuurd waarop te zien is dat het zaad flink aan het ontkiemen is:

Tuinmelde (Rode)

De Rode Tuinmelde is een opvallende eetbare sierplant in elke tuin vanwege de dieprode kleur die de plant krijgt. Dit geeft een mooi accent tussen het groen. Deze inheemse plant zaait zichzelf, net als veel inheemse planten, gemakkelijk uit. Dat is niet zo erg, want hij is ook makkelijk te verwijderen. Het is wel handig de plant weg te halen zodra de zaden rijp worden. De plant is tegen die tijd ook minder mooi.

Tuinmelde (Atriplex hortensis var. rubra) (ook wel melde genoemd) groeit overal en vraagt niet veel bemesting, is sterk  en wordt 150 cm hoog. De plant is eenjarig. Wordt ook wel als sierplant gebruikt. De plant gedijt in koude en humusrijke, niet-kalkhoudende grond. Zij kan niet goed tegen warmte of droogte. De plant schiet uit als zij te weinig water krijgt. Een laagje mulch rond de plant en goed schoffelen is aan te raden. Af en toe de uiteinden toppen geeft dikkere stelen. Wisselteelt is belangrijk: pas na 3-4 jaar weer op dezelfde plaats zetten. Er bestaat ook blonde tuinmelde, gewone tuinmelde (groen), magenta melde (ook wel boomspinazie genoemd) en Brave Hendrik is verwant aan de tuinmelde.

Gunstige buren

aardappel, koolsoorten, radijs, tomaten

Vermeerderen

Vanaf maart kun je Tuinmelde buiten zaaien, op rijen van 30 cm. van elkaar. Vanaf half februari binnen voorzaaien. Bedek de zaden slechts met 1 cm aarde en druk die vervolgens goed aan. Dun de zaailingen uit tot op 30 cm, wanneer ze 4-5 bladeren hebben.

Om steeds jong blad te oogsten moet je vaker achter elkaar zaaien. (De plant schiet snel uit.)

 

Oogsten

Tuinmelde is al 4 weken na de zaai te oogsten. Je kunt tot oktober oogsten. Je kunt de bladeren van de steel plukken. Als je te veel planten hebt, kun je ook de hele plant afsnijden als zij 20 cm hoog is en daarvan alle bladeren oogsten.

Je kunt ook zaad oogsten door enkele stengels te laten staan om in bloei te laten komen. Laat de zaden rijpen. Snijd daarna de stelen af en laat de stelen op een beschutte plek drogen.

Tips voor gebruik:

In de keuken

  • de bladeren verleppen snel en moeten dus zo snel mogelijk na het plukken gebruikt worden
  • het blad van Tuinmelde kan gegeten worden als spinazie
  • jonge bladeren kunnen rauw gebruikt worden in een salade
  • de bladeren worden vaak gemend met de bladeren van zuring om het zure daarvan te compenseren

Medicinaal

  • laxerend
  • vitaliserend
  • een papje van de bladeren werkt verzachtend op insectenbeten
  • kompres tegen een jichtaanval: bladeren opgewarmd met azijn, honing en zout

 

 

Grote engelwortel

Grote engelwortel (Angelica archangelica) is een twee- tot meerjarig kruid, een inheemse plant.  Het is een aromatische, geneeskrachtige plant met grote bolvormige, groenachtig- witte bloemschermen. De stengels zijn hol. De bloemen trekken heel veel insecten aan. Op een zonnige standplaats met lichte schaduw gedijt de plant goed, zeker als de grond vochtig en voedzaam is, liefst licht zuur.  Grote engelwortel kan tot 2 meter hoog worden en is daarmee een imposante plant in de tuin. Het is een sterke plant die geen speciale verzorging nodig heeft. De plant is goed bestand tegen de kou. (De gewone engelwortel, Angelica sylvestris) is een verwante soort die wel in het wild wordt aangetroffen. Medicinaal is hij minder krachtig.)

Vermeerderen

De plant is makkelijk te kweken door scheuren, uitplanten of zaaien.

Vanaf maart kan Grote engelwortel gezaaid worden.  Als je zelf zaad oogst, kun je dit het beste direct weer uitzaaien, in de herfst, of anders in het vroege voorjaar. De kiemkracht van het zaad loopt snel terug. Verplant de zaailingen als ze nog klein zijn, anders is het resultaat minder goed.

Na de bloei sterft de plant af. Als je de bloemen verwijdert vlak voordat ze rijp zijn, dan gaat de plant nog een jaar. mee. 

Oogsten

Grote engelwortel bloeit in juni-juli, dat is ook de tijd om de stengels te plukken, hoewel dat ook in april en mei kan. Het blad kun je in mei of juni oogsten.  Oogst van de wortels kan in de herfst van het tweede jaar. De wortels kunnen het beste droog op een beetje warme plaats, in blikken, bewaard worden. In gedroogde vorm behouden wortel en blad jarenlang hun geneeskracht en kun je er kruidenthee of een aftreksel van maken.

Tips voor gebruik:

In de keuken:

  • Dit kruid is zoeter dan de meeste kruiden en heeft vele toepassingen in de keuken. Het wordt wel het belangrijkste keukenkruid genoemd.
  • Alle delen van de plant kunnen gebruikt worden vanwege hun geur.
  • De jonge stengels kunnen als groenten gebruikt worden.
  • Engelse gewoonte: vlees zoeten met engelwortel
  • Engelse gewoonte: gesuikerde groene stengels ter versiering op een cake of toetje leggen
  • Met rabarber meekoken waardoor de zurige smaak opgeheven wordt en er een lekker bijsmaakje ontstaat
  • Rauw zijn de stengels ook erg lekker
  • Bladeren kun je als selderij eten
  • In sommige landen worden de wortels als groente gegeten
  • De zaadjes kun je voor de geur (in bijvoorbeeld geurzakjes) of de smaak gebruiken
  • Het zaad wordt in de drankindustrie gebruikt om likeur smaak te geven, zoals Chartreuse. Ook de parfumindustrie past het toe.

Geneeskrachtig:

  • Engelwortel is stimulerend en goed voor de spijsvertering. Ze voorkomt gasvorming in de darmen en werkt tegen oprispingen en winderigheid.
  • Als kruidenthee is het een uitstekend krampwerend middel.
  • Werkt slijmoplossend.
  • Engelwortelolie wordt als massagevloeistof tegen reumatiek gebruikt.

 

Recepten

Aftreksel

20 gram gemalen wortel of 15 gram zaad overgieten met 1 liter kokend water. Hier maximaal 1 kopje per dag van drinken vanwege de sterk stimulerende werking.

 

 

Capucijner

De capucijner is familie van de doperwt en peul en wordt ook wel velderwt genoemd. Een verse capucijner zit qua grootte tussen een tuinboon en doperwt in en is wat minder zoet dat de doperwt.

Capucijners in de dop lijken een beetje op doperwten in een peul, alleen is de peul bij de capucijner donkerpaars van kleur. De peulen worden ook wel Blauwschokkers genoemd. Deze kunnen tot 2 meter hoog worden. De bloemen zijn ook paars. De capucijners zelf zijn groen. Het is een eenjarige plant. De capucijner heeft weinig last van ziektes.

De capucijner kun je al vroeg in het voorjaar kweken:, langs gaas of andere steun. Soms is wat extra touw nodig voor meer steun. Later zaaien geeft minder opbrengst. Een zonnige plek is wenselijk.

capucijner
Het capucijner zaad (via Bolster, biologisch zaad) staat klaar, met een treetje om het zaad in te doen. Daar hoeven maar 12 zaadjes in, dus er is nog veel over om uit te zaaien.
Het zaad, 1 per potje. Nu nog een dun laagje aarde erover en dan op een lichte, koele plek zetten. Over een week of 2 zal het zaad ontkiemd zijn.
Het zaad, 1 per potje. Nu nog een dun laagje aarde erover en dan op een lichte, koele plek zetten. Over een week of 2 zal het zaad ontkiemd zijn.
Na 10 dagen zijn een aantal zaden al aardig ontkiemd...
Na 10 dagen zijn een aantal zaden al aardig ontkiemd…

diepte bij buiten zaaien: 3-4 cm
(in verband met muizen en vogels die op de zaden af komen)

afstand: 3 cm van elkaar – bij meerdere banen 150 cm tussenafstand nemen

voorzaaien: half – eind januari
(in onverwarmde kamer met licht. Laat de zaailingen bij koud weer wennen aan buiten)

zaaien onder glas: februari

buiten zaaien: maart – april
(eventueel beschermen met net)

oogst: juni – juli 

Bij het uitplanten is het handig om de hoofdwortel wat in te korten, zodat er meer zijwortels gevormd worden. Tot ca. 40 cm. hoogte heeft de capucijner wat bescherming nodig tegen muizen met een net. Op het moment van oogsten zijn de peulen populair bij vogels, ook dan kan een net nodig zijn.

Knoflook en ui zijn slechte buren voor de capucijner.

Oogsten 

Pluk de capucijners pas als de peulen dik en vol zijn. Ze zitten vrij vast aan de plant: je hebt 1 hand nodig om de plant vast te houden, en 1 hand om de peul van de plant af te trekken, anders beschadigt de plant. Je kunt de peulen er ook vanaf knippen.

Je kunt de capucijners een dag of 2 bewaren voor gebruik.Het doppen van de capucijners kun je het best op het laatste moment doen – dit geeft paarse handen. Na het doppen kun je ze ook invriezen.

Doordat de capucijner vrij vroeg in het seizoen geoogst wordt, kan er daarna weer iets anders op de vrijgekomen grond gezet worden.

Zaad winnen: oogst de peulen pas als ze helemaal dik zijn en dor en droog zijn geworden. Je trekt vervolgens de planten in hun geheel uit de grond en laat ze drogen. Na een paar weken kun je de capucijners uit de peulen oogsten en later als zaad gebruiken. Als je de zaden donker, droog en koel bewaard blijven ze ongeveer 3 jaar kiemkrachtig.

Capucijners bevatten veel Calcium, en ook IJzer en vitamine B.

Een nieuw begin voor je worteltjes

Laatst zag ik op Facebook een tip: als je een bos worteltjes schoongemaakt hebt om te eten, dan kun je nog iets doen met wat overblijft. Je kunt dit in de grond stoppen, laagje grond erover, verzorging geven, en er zal een plantje opkomen met bloemetjes. En in een later stadium zaadvorming. Dit zaad kun je dan weer uitstrooien om nieuwe worteltjes te laten groeien.

Gistermiddag heb ik de proef op de som genomen, en heb het bosje op de foto in een pot gedaan. Ik ben benieuwd of ik inderdaad over een tijdje kan melden dat er een wortelplantje opkomt.

Clarie

 

Toevoeging: Carola merkt terecht op dat het natuurlijk het beste is om hiervoor biologische worteltjes te nemen. Dat zal ik de volgende keer doen!